Minister en administratie bevestigen gunstige formule voor de berekening van het voordeel van alle aard voor de kosteloze terbeschikkingstelling van een woning door een rechtspersoon

In een eerdere nieuwsbrief (“Verhoogd forfaitair voordeel van alle aard voor de kosteloze terbeschikkingstelling van een woning is ongrondwettelijk: gevolgen in de praktijk”)  analyseerden wij al twee arresten van de Hoven van Beroep van Antwerpen en Gent, waarin werd geoordeeld dat de berekening van het voordeel van alle aard (“VAA”) inzake de kosteloze terbeschikkingstelling van onroerende goederen ongrondwettelijk is, met name wanneer deze terbeschikkingstelling gebeurt door een rechtspersoon.

Het standpunt van de minister en de fiscale administratie was bij het schrijven van de hierboven aangehaalde nieuwsbrief nog niet bekend. Recentelijk heeft de minister in een parlementaire vraag[1] evenwel formeel bevestigd dat “in alle gevallen het voordeel bewoning vastgesteld dient te worden overeenkomstig de forfaitaire waardering die geldt voor een terbeschikkingstelling door een natuurlijk persoon”. Bijgevolg is het VAA in principe gelijk aan: het geïndexeerd kadastraal inkomen x (100/60). De in artikel 18 KB/WIB92 voorziene verhoging met factor 1,25 of 3,8 dient  niet toegepast te worden.

Om evenwel een einde te maken aan de schending van het gelijkheidsbeginsel door artikel 18 KB/WIB92, , zal er, zodra de administratie klaar is met het juridische en budgettaire onderzoek, een concreet voorstel aan de regering worden voorgelegd om het KB aan te passen.

Op 15 mei 2018 verscheen overigens ook een circulaire[2] die eveneens bevestigt dat “in afwachting van een wijziging aan artikel 18 KB/WIB er beslist wordt om de rechtspraak te volgen”. De administratie bevestigt dit principe voor inkomstenjaar 2017, maar ook voor de bezwaarprocedures en de lopende gerechtelijke procedures.

Een ontheffing van ambtswege zou volgens de administratie evenwel niet mogelijk zijn, gezien een wijziging in de rechtspraak niet gekwalificeerd zou kunnen worden als een “nieuw feit/gegeven”. Ons inziens is dit standpunt, in onderhavig geval, voor discussie vatbaar en is een ontheffing van ambtswege wel verdedigbaar.

Wij raden u derhalve volgende acties aan met betrekking tot het verleden:

  • Nagaan of er nog bezwaar kan worden ingediend betreffende eerdere inkomstenjaren. Bezwaar is aan een strikte termijn gebonden (t.w. 6 maanden en 3 kalenderdagen vanaf de verzending van het aanslagbiljet in de personenbelasting), zodat u dit best onmiddellijk verifieert; en
  • De overweging te maken om een verzoek tot ontheffing van ambtswege in te dienen. Dit kan immers aanzienlijke bedragen betreffen, gezien ontheffing gevraagd kan worden voor meerdere jaren. De administratie zal evenwel naar alle waarschijnlijkheid de ontheffing weigeren, waardoor u dus gedwongen zou zijn om naar de rechtbank te trekken. Het is afwachten of de rechtbank u zou volgen, maar er zijn zeker goede argumenten op te werpen. Uiteraard staan wij u graag bij.

[1] Mond. Vr. nr. 25058 P. Vanvelthoven, 25 april 2018, Kamercomm. Financiën, Criv 54 Com 878, 38.

[2] Circulaire 2018/C/57 over de forfaitaire raming van de voordelen van alle aard voor de kosteloze terbeschikkingstelling van een woning, www.fisconetplus.be.

Datum: 16/05/2018. Deze nieuwsbrief is louter informatief en dient niet beschouwd te worden als een juridisch advies. Voor uw vragen of een juridisch advies kan u contact opnemen met ons kantoor.

 


 Onze experten in fiscaliteit: David Engelbos, Astrid Swennen, Jonas Peeters en Tim Vandeweyer.

Onze experten in fiscaliteit: David Engelbos, Astrid Swennen, Jonas Peeters en Tim Vandeweyer.