Overzicht van alternatieve methoden voor geschillenoplossing
PAQT Advocaten staat haar cliënten bij in het oplossen van conflicten (voor onze andere diensten: zie Onze Diensten).
Daarbij helpen en adviseren we je bij het kiezen van de juiste aanpak voor de behandeling van jouw zaak.
Een geschil kan worden voorgelegd aan de rechtbank, maar er zijn andere mogelijkheden. Dit kan variëren van verschillende vormen van minnelijke geschillenbeslechting tot gerechtelijke procedures. De volgende alternatieven bestaan voor een gerechtelijke procedure[1]:
Minnelijke schikking (onder leiding van een rechter, bijgestaan door advocaten)
Bemiddeling (onder leiding van een bemiddelaar, bijgestaan door advocaten)
Collaboratieve onderhandelingen (begeleid door beide advocaten)
Bindende derdenbeslissing (beslechting door een derdenbeslisser)
Een combinatie van één of meer van deze methoden van geschillenoplossing is soms mogelijk.
Wanneer een procedure voor de rechtbank wordt opgestart, kan de rechtbank de partijen op de inleidingszitting bevragen over de wijze waarop zij voorafgaand aan de gerechtelijke procedure geprobeerd hebben het geschil minnelijk op te lossen (artikel 730/1, §2 Ger. W.). Het is ook mogelijk dat de rechtbank in dat verband jouw persoonlijke verschijning beveelt. De rechtbank kan bovendien in bepaalde omstandigheden zelf een bemiddeling bevelen.
1. Rechtstreekse onderhandelingen (bijgestaan door advocaten)
Bij rechtstreekse onderhandelingen overleggen partijen rechtstreeks met elkaar met het oog op een minnelijke oplossing voor het geschil. Hierbij kunnen de partijen bijgestaan worden door hun advocaten.
Als er een minnelijk akkoord bereikt wordt dat gesteund is op wederzijdse toegevingen, is er sprake van een “dading” (zie art. 2044 (oud) Burgerlijk Wetboek). Wordt een dading bereikt, dan heeft deze tot gevolg dat partijen het geschil niet meer voor de rechtbank kunnen brengen.
Rechtstreekse onderhandelingen hebben in beginsel geen vertrouwelijk karakter. Wanneer partijen worden bijgestaan door een advocaat verlopen de onderhandelingen in principe wel op vertrouwelijke wijze, aangezien de mondelinge en schriftelijke communicatie tussen advocaten–(behoudens enkele uitzonderingen) een strikt vertrouwelijk karakter hebben.
De snelheid en flexibiliteit zijn uiteraard grote troeven van een rechtstreekse onderhandelingen.
Er is geen specifiek wettelijk kader voorhanden voor rechtstreekse onderhandelingen.
2. Minnelijke schikking (onder leiding van een rechter, bijgestaan door advocaten)
Partijen kunnen ook proberen een oplossing te bereiken via de minnelijke schikking onder begeleiding van een rechter. In dat geval neemt één van de partijen het initiatief om de andere partij(en) te laten oproepen voor de rechter, die dan zal proberen partijen met elkaar te verzoenen. De rechter kan binnen dit kader op geen enkele wijze een beslissing opleggen. Wanneer partijen een overeenkomst bereiken, dan kan de rechter hiervan akte verlenen. Het akkoord, dat aldus snel tot stand kan komen, krijgt dan de kracht van een vonnis.
Lukt het niet om partijen te verzoenen, dan kan het geschil alsnog ten gronde voor de rechter worden gebracht om een vonnis te vellen, of kan er een andere geschiloplossingsmethode worden gekozen.
De minnelijke schikking is wettelijk geregeld (art. 730/1 tot en met 734 Gerechtelijk Wetboek).
Meer informatie over de Kamers van Minnelijke Schikking (KMS) vind je onder meer hier:
Informatie | Ondernemingsrechtbank Antwerpen - afdeling Hasselt
In sommige gevallen verplicht de wet de voorafgaandelijke verzoeningspoging, bv. in uitwinningsprocedures voor de beslagrechter (VII.147 Wetboek Economisch Recht) of – pro forma dan - in geschillen voor de arbeidsrechtbank (art. 734 Gerechtelijk Wetboek). Ook in echtscheidingszaken wordt zowel bij een eerste behandeling voor de rechter als in beroep vaak verwezen naar de mogelijke verzoening (art. 757,10° Gerechtelijk Wetboek).
3. Bemiddeling (onder leiding van een bemiddelaar, bijgestaan door advocaten)
De bemiddeling is een vertrouwelijk en gestructureerd onderhandelingstraject waarbij de partijen bijgestaan worden door een onafhankelijke en onpartijdige derde: de bemiddelaar.
De taak van de bemiddelaar bestaat erin de onderhandelingen in goede banen te leiden en partijen te helpen om zelf, met volledige kennis van zaken, tot een billijke overeenkomst te komen waarin alle partijen zich kunnen vinden. De bemiddelaar is een daartoe opgeleide en erkende persoon.
Advocaten hebben hierbij een ondersteunende rol (uitstappunt bewaken, juridisch meedenken in het kader van uitwerking opties, ..). Wanneer alle partijen open staan voor bemiddeling, zijn de slaagkansen aanzienlijk. Ook is een bemiddelingstraject doorgaans snel (sneller dan een afhandeling voor de rechtbank). Indien er een akkoord gevonden wordt, dan zal dit op gemakkelijke wijze bekrachtigd kunnen worden door de rechtbank. Dergelijk akkoord krijgt dan de waarde van een vonnis.
Bemiddeling is vrijwillig, hetgeen betekent dat partijen op elk ogenblik de bemiddeling kunnen stopzetten.
Partijen kunnen ofwel voorafgaand aan een conflict (via een overeengekomen bemiddelingsclausule), ofwel na het ontstaan van een conflict opteren voor de piste van bemiddeling. De aanstelling van de bemiddelaar kan zowel buiten de rechtbank gebeuren in een onderling overleg (buitengerechtelijk) als na aanstelling van een gerechtelijk bemiddelaar (gerechtelijk). Tenzij alle partijen hiertegen gekant zijn, kan de rechter in een hangende procedure een bemiddelingspoging bevelen.
Er is een uitgewerkte wettelijke regeling voorhanden die de bemiddeling regelt (Deel VII van het Gerechtelijk Wetboek – art. 1724 tot en met 1737 Gerechtelijk Wetboek).
Meer informatie vindt u onder meer op de website van de Federale Bemiddelingscommissie: www.fbc-cfm.be.
4. Collaboratieve onderhandelingen (begeleid door beide advocaten)
Zogenaamde collaboratieve onderhandelingen zijn een bijzondere vorm van rechtstreekse onderhandeling tussen advocaten.
Het betreft een gestructureerd onderhandelingstraject dat tevens vertrouwelijk en vrijwillig is, maar waarbij geen begeleidende neutrale derde (die optreedt als bemiddelaar) wordt berokken.
De partijen worden elk door een eigen - daartoe opgeleide en erkende - collaboratieve advocaat bijgestaan. Deze laatste zal op actieve wijze en met behulp van dezelfde (communicatie-)technieken als degene die gehanteerd worden in de bemiddeling, proberen in samenspraak met de andere collaboratieve advocaten en partijen een evenwichtig en duurzaam akkoord te vinden.
Belangrijk om te vermelden is dat de collaboratieve advocaten zich dienen terug te trekken bij het mislukken van de collaboratieve onderhandeling. Zij kunnen hun cliënt met andere woorden niet bijstaan indien er nadien een gerechtelijke procedure of een ander traject zou volgen.
Als er een akkoord wordt bereikt dan kan deze overeenkomst de waarde krijgen van een dading (zie de uitleg onder ‘rechtstreekse onderhandeling’). Het minnelijk akkoord heeft geen kracht van vonnis.
De collaboratieve onderhandelingen zijn hetzij buitengerechtelijk, hetzij gerechtelijk. Op gezamenlijk verzoek van partijen kan de rechter collaboratieve onderhandelingen bevelen.
De collaboratieve onderhandelingen zijn geregeld via een wettelijk kader (Deel VIII van het Gerechtelijk Wetboek – art. 1738 tot en met 1747 Gerechtelijk Wetboek).
5. Arbitrage
Arbitrage is een proceduretechniek die op uitvoerige wijze geregeld wordt in Deel VI van het Gerechtelijk Wetboek (art. 1676 tot en met 1723 Ger. W.).
Arbitrage heeft een vrijwillig karakter en maakt het voorwerp uit van een overeenkomst tussen partijen. De partijen zullen zelf één of meer arbiters aanduiden, die het geschil zullen beslechten, zonder dat partijen over een beroepsmogelijkheid beschikken (tenzij partijen dit anders afgesproken hebben). Arbitrage wordt voornamelijk gebruikt in zakelijke context in conflicten met een aanzienlijke inzet. Partijen wenden zich hiervoor vaak tot arbitrage-instellingen om de arbitrage te laten verlopen volgens het reglement van die arbitrage-instelling, maar partijen kunnen ook zelf vorm geven aan de arbitrageprocedure binnen het kader van de wet en kiezen voor een “ad hoc” arbitrage. Net zoals bij de klassieke gerechtelijke procedure zal een derde, de arbiter, een oordeel vellen.
Arbitrage verloopt in een volkomen besloten sfeer. De vertrouwelijkheid is dan ook een groot voordeel. Meestal is arbitrage ook sneller dan een gewone procedure voor de rechter.
Men kan een arbitrale uitspraak op eenvoudige wijze laten bekrachtigen door de rechtbank. In dat geval heeft de arbitrale uitspraak in principe dezelfde kracht als een vonnis.
6. Bindende derdenbeslissing (beslechting door een derdenbeslisser)
De bindende derdenbeslissing houdt in dat de partijen een bindende derdenbeslisser aanduiden volgens een tussen hen bij overeenkomst vastgelegde procedure.
Deze derdenbeslisser oordeelt dan over de uitkomst van het geschil. De partijen zijn verplicht om dat oordeel te volgen. Dit betekent dat hiertegen niet kan opgekomen worden, tenzij er sprake zou zijn van kennelijke onredelijkheid, strijdigheid met de openbare orde of fraude.
Er is geen wettelijke omkadering van de bindende derdenbeslissing, maar sommige balies hebben voor advocaten die als derdenbeslisser optreden wel reglementen uitgewerkt. Deze methode waarborgt een snelle uitkomst, maar het gaat net als bij een klassieke procedure of arbitrage om een derde die de knoop doorhakt zonder dat partijen inspraak hebben in het eigenlijke beslissingsmoment.
[1] Dit overzicht is niet beperkend. Zo zijn er nog diverse andere kanalen om een geschil op een alternatieve of buitengerechtelijke wijze te regelen, zoals ombudsdiensten, of nog de gekwalificeerde entiteiten die in bepaalde sectoren (bv. bouw) werden ingericht. Deze berusten op privé- of overheidsinitiatieven in samenwerking met de betrokken commerciële sector. Omwille van hun specificiteit worden deze mogelijkheden niet opgenomen in dit overzicht.